Waarom onze leefperiode als Jager-verzamelaar belangrijk is
De mens heeft 99% van haar geschiedenis doorgebracht in kleine groepen jager-verzamelaars (small-band hunter-gatherer societies; SBHG) (1). Dit is waar ons genoom (genetica) en lichaam op gebaseerd is en bepalend voor alles wat met ons en het leven te maken heeft. Biologische evolutie en (epi)genetica verklaard waarom we ‘kippenvel’ krijgen, suiker zo lekker vinden, vitamine D (meer) nodig hebben en het voor een gezond en gelukkig leven het noodzakelijk is, om sociaal contact en verbinding te hebben.
Van jager-verzamelaar naar onze moderne bestaan met welvaart
Kwalitatief (geluk, gezondheid, verbondenheid) hoogwaardig leven hebben we met de komst van landbouw circa 10.000 jaar geleden in toenemende mate verruild voor kwantiteit (materialisme, kindersterfte reduceren, nodeloos rekken van leven) – of van ‘welzijn naar welvaart’.
Landbouw gaf meer voedsel, dat meer energie en daarmee de mogelijkheid tot het krijgen van meer kinderen te krijgen, voeden en onderhouden. Dit kwam met een trade-off, namelijk dat de kwaliteit van voedsel lager en de variëteit minder was. Door de toenemende aantallen, verdreven landbouwers geleidelijk de jager-verzamelaar manier van leven. Er zijn op enkele plekken nog jager-verzamelaars, zoals de Hadzabe in Tanzania of de Ye’kuana in Venezuela.
Steeds grotere samenleving ontstonden en uiteindelijk onze huidige massasamenleving. Technologisch hebben we veel bereikt. Het grotendeels oplossen van kindersterfte door ons medische kunnen is uiteraard fantastisch. Het gaat niet er niet om welke samenleving beter is. Het gaat om te bekijken wat we kunnen verbeteren. Het is namelijk pijnlijk duidelijk dat meer technologie en spullen ons niet gelukkiger maakt, terwijl jager-verzamelaars bijvoorbeeld geen depressie kennen. Zoals klinisch psycholoog en professor dr. Stephen Ilardi zegt: “depressie is een ziekte van de beschaving”.




